logo
Home Technische Info Contact Pers Vacatures

25 jaar ingenieurservaring in industriële en huishoudelijke projecten. 

Het beste is maar goed genoeg.


Stookplaats boven 70 kW volgens NBN B61-001

Wetgeving stookplaats P>70 kW

Voor stookplaatsen > 70 kW geldt de NBN B61-001 norm. In deze normen staan voorwaarden beschreven voor de ketellokalen, de aanvoer van lucht en de afvoer van rookgassen. Deze normen gelden zowel voor nieuwe gebouwen als voor renovaties met bouwaanvraag. Andere nuttige normen zijn de NBN B51-003 voor gas.
Boven 70 kW is een stookplaats vereist. De wetgeving van stookplaatsen en schoorstenen wordt behandeld in de norm NBN B61-001. Deze norm is gezaghebbend voor installateurs van verwarmingsinstallaties. Hij is van toepassing voor verwarmingsinstallaties met een totaal nuttig warmtevermogen van tenminste 70 kW.

Brandveiligheid

http://www.dsprojecten.nl/assets/images/Heinen/Branddeur%20NA.JPGhttp://www.biobenelux.be/public/uploads/images/producten/ALZGENK.jpg
Bouwjaar bepaalt de brandweerstand :
  Oude installaties (<1986) : 1 h en ½ h voor de deuren
  Nieuwe installaties: 2h en 1 h voor de deuren

Verluchten stookplaats

Het verstoken van brandstof vergt grote hoeveelheden verse lucht: voor de verbranding van één liter stookolie heeft men ca. 12,5 m³ verse lucht nodig en van gas gemiddeld 1 m³ lucht per 1650 W. De stookplaats verluchting is dus heel erg belangrijk. Deze verluchting is niet alleen noodzakelijk voor de verbranding, maar ook voor de afvoer van bedorven lucht.
Onvoldoende aanvoer van verse verbrandingslucht leidt onvermijdelijk tot pech bij de werking van de brander, omdat de verbranding onvolledig is. Door een tekort aan verbrandingslucht wordt de ruimte van de stookplaats in onderdruk gezogen. Hierdoor kunnen hinderlijke geluiden ontstaan zoals het klepperen van de binnendeur.
Natuurlijke verluchting
Natuurlijke luchtverversing, zonder mechanische hulpmiddelen, is uiteraard prioritair. De verluchtingsopeningen in de stookplaats kunnen ofwel rechtstreeks, hetzij via kanalen, in verbinding staan met de buitenlucht. Kanalen moeten echter worden geconstrueerd met onbrandbare materialen. De situering van de verluchtingsopeningen moet zo worden gekozen dat de stookruimte dwars geventileerd wordt, in het bijzonder boven de stookketel(s). De verluchtingsopeningen mogen helemaal niet afsluitbaar zijn: ze mogen niet voorzien zijn van een handbediende of een automatische klep zodat de stookplaats ten alle tijde voorzien is van verse lucht. Uiteraard is het wel toegelaten en zelfs aan te bevelen beschermingsroosters aan te brengen, voorzien van een insectengaas. Bij de keuze van de roosters moet erop attent worden gelet dat de vrije of nuttige doorlaatopening van de roosters voldoende groot is. Verder moeten de verluchtingsopeningen, de eventuele kanalen en de roosters gemakkelijk zijn te reinigen. Gevelroosters moeten zodanig worden geplaatst dat verstopping door sneeuw, dorre bladeren en dergelijke onmogelijk is.
De gehele ventilatie van de stookplaats is wettelijk bepaalt en omvat een ‘benedenverluchting’ voor de aanvoer van verse lucht, noodzakelijk voor de verbranding, en een ‘bovenverluchting’, noodzakelijk voor de afvoer van verontreinigde lucht.

De stookplaats beschikt over een hoge- en lage verluchting.
Bovenverluchting :1/3 van onderverluchting
Onderverluchting : 1,5 dm²/17,5 kW

De schoorsteen heeft een nuttige hoogte "h" > 6 m
De minimale oppervlakte S van de luchtaanvoeropeningen of van de luchtaanvoer kanalen bedraagt 1 dm² per 17,5kW van het in de stookplaats geïnstalleerde vermogen. De doorlaat voldoet op voorwaarde dat het totaal aantal roosters en bochtstukken van 90° in serie geplaatst niet groter is dan drie; ieder rooster mag ten hoogste één afscherming tegen regeninslag en één traliewerk hebben, waarvan de vrije doorlaat groter is dan 75 % van de berekende doorlaat S.
Voor elk bijkomend rooster of bochtstuk van 90° moet de berekende doorlaat S met 10 % worden verhoogd. Indien het aantal gecumuleerde roosters en bochtstukken meer dan S is, moet een nauwkeurige berekening worden verricht om S te bepalen. Daarbij neemt men als basis, een drukverlies van 5 Pa in de verse luchtaanvoer, een luchtsnelheid van ten hoogste 1 m/s en een minimaal luchtdebiet in het kanaal van 2 m³/h per 1,16 kW in de stookplaats geïnstalleerd vermogen.

De schoorsteen heeft een nuttige hoogte "h" < 6m.
De minimale doorgangsoppervlakte S' van de openingen of van de luchtafvoerpijpen bedraagt 1,5 dm² per 17,5 kW van het geïnstalleerde vermogen in de stookplaats.

Er moet een van buiten rechtstreeks en lage luchttoevoer of ventilatie worden voorzien voor de centrale verwarmingsketels (nominaal nuttig warmtevermogen < 1.2 MW in de stookplaats) met een open verbrandingskring met een minimale oppervlakte S van 1 dm²/17,5 kW als de schoorsteen een nuttige hoogte heeft van meer dan 6 m.
De bovenrand van de luchttoevoermond ligt ten hoogste op ¼ van de hoogte van het vertrek, gemeten vanaf de vloer.

Een minimale doorgangsoppervlakte S’ van 1,5 dm²/17,5 kW als de schoorsteen een nuttige hoogte heeft van minder dan 6 m.

De hoge ventilatie of verluchting moet een vrije doorlaat hebben van tenminste ¼ (schouw hoger dan 6m) of 1/3 (schouw minder dan 6m) van de totale doorsnede van de lage ventilatie met een minimum van 2 dm².
Andere alternatieven bestaan om de luchtaanvoer en luchtafvoer uit te voeren

Energietoevoer afsluiten

Er moet een noodstop voorzien zijn die alle energie (elektriciteit en gas) afsluit

Brandstoftoevoer afsluiten

Een stookplaats met een verwarmingsinstallatie op gas, dient uitgerust te zijn met een gasdetector, gekoppeld aan een buiten deze ruimte voorziene automatische gasafsluiter.
De brandstoftoevoer moet afsluitbaar zijn buiten de stookplaats.

stookplaats boven 70 kWStookplaats boven 70 kWstookplaats boven 70 kW 3


logo Perfecte technologie, daar komt het op aan


© 2014 GoLanTec energietechniek | Oudenaardseweg 123 | B 9790 Wortegem-Petegem | Tel: 055310242 Fax: 055310242 | golantec@gmail.com

Webdesigner

Gebruik

Versie laatst bewerkt op 10/03/2014

Terug naar hoofdpagina