logo

Home Technische Info Contact

20 jaar ingenieurservaring in industriële en huishoudelijke projecten.

 Het beste is maar goed genoeg.


Putcorrosie in CV installaties pitting

Putcorrosie (Engels: pitting) is een vorm van corrosie, waarbij zich putjes in het oppervlak vormen. Putcorrosie treedt op bij materialen die zich tegen corrosie beschermen met een oxidelaag. Bij putcorrosie penetreren chloride-ionen de beschermende laag.

Als bijvoorbeeld roestvast staal AISI 304 in contact komt met chloorhoudend water, van bijvoorbeeld drinkwater of zwembadwater, dan zal het chloor plaatselijk de beschermende laag chroomoxide aantasten. Er ontstaat dan het begin van een ondiep putje, waar zich weer meer chloride-ionen verzamelen, waardoor de aantasting zich bij voorkeur op die plaats verderzet en het putje steeds dieper wordt. Uiteindelijk ziet het materiaal er grotendeels gaaf uit, maar met een aantal putjes over het oppervlak. Typisch aan putcorrosie zijn de gaatjes juist naast een lasnaad. De gevoeligheid van een legering voor putcorrosie wordt aangegeven met de ''pitting resistance equivalent'', PRE.

Putcorrosie is een vorm van lokale corrosie, die kan optreden bij aanwezigheid van beschermende lagen, waarin scheurtjes of beschadigingen voorkomen. Ook door plaatselijke verzwakkingen in een passieve laag kunnen putten ontstaan. De aanwezigheid van Cl- in het milieu (zeewater, industrieatmosfeer, enzovoorts.) kan de putvorming aanzienlijk stimuleren. De "put" heeft een plaatselijk karakter, en kan vele vormen aannemen, zoals diep en smal, breed en ondiep. Een voorbeeld van putcorrosie in een stalen drukvat. De bodem en de wand van de put fungeert als een (relatief kleine) anode, het metaaloppervlak gedraagt zich verder passief en is de kathode. De corrosie kan snel gaan. Ook deze vorm van corrosie is verraderlijk: vaak is aan de buitenkant, op de vlekken na, weinig te zien, plotseling treedt echter lekkage op. De anodische deelstroom van een passiveerbaar metaal (bijvoorbeeld austenitisch RVS, AISI 304), verandert in een Cl-houdend milieu zodanig dat boven een bepaalde potentiaal (de pitting-potentiaal Epitting) het passieve karakter plotseling ophoudt. Het verschil tussen de passiveringspotentiaal en de pitting-potentiaal is soms heel klein. Door de aanwezigheid van 2-3% Mo wordt dit verschil bij austenitisch RVS AISI 316 een stuk groter. Indien een put eenmaal is gevormd, kan de snelheid van de pitting nog toenemen doordat er in de put een gebrek aan zuurstof kan ontstaan ("beluchtingsprobleem", zuurstofcel).

Opgeloste koperionen

Bij koperen en zinken installaties moet het koper altijd stroomafwaarts van het zink worden geplaatst. De corrosie door de vorming van een 'galvanisch koppel' is enkel reëel wanneer het water eerst het edeler metaal (koper) passeert en daarna langs het minder edel metaal (zink) vloeit. Als er stroomopwaarts delen in koper zijn, zal het leiding- of regenwater opgeloste koperionen mee wegspoelen. Deze zetten zich stroomafwaarts in de leiding neer op het zink. Koper is edeler dan zink en de zink onder het neergeslagen koper zal daardoor beginnen corroderen.

In het geval van een dak gaat het over een geleidelijke afzetting en geleidelijke aantasting. Hiervoor moet er zelfs geen constant contact zijn tussen de twee metalen van de dakgoot. Als je buurman (in geval van een rijwoning bijvoorbeeld) een koperen dakgoot heeft, waar het regenwater eerst over stroomt, dan moet de erna komende afvoergoot minstens even edel is als de voorliggende koperen dakgoot.  

Er kan ook corrosie ontstaan door de aanwezigheid van opgeloste koperionen in een installatie met verzinkte leidingen. Daarom dient men er bij de uitvoering van gemengde sanitaire installaties (uit verzinkt staal en koper) over te waken dat het koper altijd stroomafwaarts van de galvanisé wordt geplaatst. De kans op corrosie door de vorming van een ‘galvanisch koppel’ is immers enkel reëel wanneer het water vanuit een leiding uit een edel materiaal (koper) in een leiding uit een minder edel materiaal (verzinkt staal) terechtkomt. Dit betekent dat het gebruik van koperen leidingstukken in een gesloten circuit met een retourleiding problematisch is. De plaatsing van een isolatiemof tussen het verzinkte staal en het koper zal voornoemde galvanische neerslagcorrosie niet verhelpen.

  Afb. 2 Aanbevolen plaatsing bij gebruik van koperen en gegalvaniseerde leidingen in eenzelfde sanitaire installatie.

Afb. 2 Aanbevolen plaatsing bij gebruik van koperen en gegalvaniseerde leidingen in eenzelfde sanitaire installatie.

Praktijkvoorbeelden van putcorrosie:

  1. Aantasting van geanodiseerde aluminium raamkozijnen ten gevolge van een te corrosief milieu (dicht bij zee) en/of ten gevolge van het onvoldoende reinigen van de kozijnen.
  2. Putcorrosie in een roestvaststalen waterleiding.
  3. Putcorrosie van staal in koelwater. Bij koelwaterbehandeling wordt de pH-waarde dusdanig hoog gehouden dat het staal zich redelijk passief gedraagt. Treedt dan toch corrosie op, dan is dit vaak putcorrosie.
  4. Putcorrosie in verzinkte pijpenwarmtewisselaar. Zink gedraagt zich in neutraal water passief dus als corrosie optreedt dan is dit vaak putcorrosie. Bekend is putcorrosie in verzinkte koelerpijpen (open koelsystemen) die wordt geïniteerd door een lage concentratie koperionen (het koper slaat neer en zink lost op) en daarna verder gaat als zuurstof corrosie t.g.v. reductie van zuurstof uit het beluchte water.

In CV installaties waarin water verdampt neemt de concentratie zouten in het achterblijvende ketelwater sterk toe wat kan leiden tot corrosie en afzettingen. Afzettingen van bijvoorbeeld hardheidszouten (ketelsteen) leiden tot een verlies van warmteoverdracht en kan corrosie onder de afzettingen veroorzaken. Tevens kan corrosie ontstaan door o.a. een (te) hoog chloridegehalte in het ketelwater door een (te) hoge indikking.
Een ander veelvoorkomend probleem in CV ketels is zuurstofcorrosie (pitting). Om alle bovenstaande problemen tegen te gaan wordt ketelwaterbehandeling toegepast bestaande uit een goede watervoorbehandeling (ontharden en ontgassen) en het doseren van een ketelwaterbehandelingsproduct voor o.a. de binding van resthardheid, zuurstof en koolstofdioxide (koolstofdioxide veroorzaakt koolzuurcorrosie).
Voor CV-ketelsystemen met onthard drinkwater als suppletie kan Golantec 650 worden toegepast voor de behandeling van het hele CV systeem. De technologie van Golantec 650 is gebaseerd op een klassiek sulfiet/fosfaat mengsel aangevuld met de meest moderne polymeer- en complexeertechnologie.


GoLantreat 650 is een compleet ketelwaterbehandelingsproduct dat beschermd tegen:

Ook zal GoLantreat 650 bestaande afzettingen langzaam verwijderen. De dosering wordt zodanig ingeregeld dat een overmaat aan sulfiet in het ketelwater wordt bereikt tussen de 30 en 60 mg per liter. De benodigde hoeveelheid GoLantreat 650 varieert afhankelijk van het ketelsysteem en de kwaliteit en temperatuur van het voedingwater van 10 tot 500 gram per m³ CV water.

Voorstel:
Aanpassen van bestaande installatie met GoLantreat 650 dosering.
doseringdoseersyteem
1 elektromechanische doseerpomp

1 doseervat 60 liter
1 debietmeter
1 bidon 25 liter GoLantreat 650
1 controlekabel voor doseerpomp
1 sulfiet testset
2 controlebezoeken voor 1 jaar inbegrepen

De gevolgen van corrosie.

Slib en kalkschilfers zijn de twee voornaamste boosdoeners. In alle onbehandelde verwarmingsinstallaties ontstaat zwart slib (magnetiet Fe3O4) zodra corrosie optreedt. Het vormt een compact bezinksel in alle “rustige gebieden” van een centrale verwarmingsinstallatie en is de oorzaak van de meeste problemen in radiatoren, leidingen en ketels.

Ketelsteen

Ketelsteen is magnetiet (Fe3O4) dat zich verbindt met Ca en Mg. Het vormt grote moleculen welke zich neerzetten op de heetste plekken. Ketelsteen ontstaat door harde kalkafzettingen die worden afgezet op de heetste oppervlakken in de installatie, dus de ketel. Het zet zich neer bij lage watersnelheden. Net zoals zwart slib en bruin slib (bruin slib wordt veroorzaakt door teveel lucht in de installatie) is ketelsteen de oorzaak van een lager rendement, warmteverlies en mechanische storingen.

Bescherm uw installatie.

Preventief voor de toekomst: voorzie een compacte waterverzachtercartouche in de bijvulleiding.

Wat moet er gebeuren in geval van putcorrosie?

 


logo Perfecte technologie, daar komt het op aan


© 2010 GoLanTec | Oudenaardseweg 123 | B 9790 Wortegem-Petegem | Tel: 055 310242 Fax: 055 310242 | golantec@gmail.com

Webdesigner

Versie laatst bewerkt op 13/04/2011

Terug naar hoofdpagina